Inhoudsopgave

    Vaktermen

    Amendement

    Met een amendement kan de raad een besluit nemen dat afwijkt van het voorstel van het college. Een amendement wordt ingediend door één of meer fracties. Het college beantwoordt het amendement en geeft aan of zij het amendement ondersteunt of niet. De raad beslist uiteindelijk of het amendement wordt aangenomen of verworpen.

    Dualisme

    Scheiding van verantwoordelijkheid tussen volksvertegenwoordiging enerzijds en regering anderzijds, respectievelijk tussen een fractie in het parlement en de ministers van diezelfde partij in de regering. Hierdoor ontstaat een soort machtsevenwicht. Het tegenovergestelde van dualisme is monisme. Deze begrippen zijn ook van toepassing op lagere overheden. In de politieke praktijk blijkt het altijd erg lastig te zijn om te laveren tussen dualisme en monisme, niet alleen omdat bestuurders vaak loyaliteit verwachten van volksvertegenwoordigers van dezelfde politieke kleur, maar ook omdat bestuurders van verschillende politieke partijen doorgaans afspraken hebben gemaakt die vervolgens moeten worden nagekomen.

    Fractie

    Alle leden van één partij in een vertegenwoordigend lichaam. Een fractie wordt geleid door een fractievoorzitter. Binnen een fractie worden de taken verdeeld: er worden afspraken gemaakt wie over welk onderwerp woordvoerder wordt. Grote fracties beschikken vaak over fractiecommissies, waarin de specialisten op een bepaald gebied met elkaar overleggen.

    Gedoogsteun

    De toezegging van (leden van) een politieke partij in het parlement dat men een regering niet ten val zal brengen, zonder overigens het beleid van die regering te steunen. Gedoogsteun is alleen van belang indien een kabinet niet over een meerderheid in het parlement beschikt.

    Gemeenteraad

    Elke gemeente heeft een gemeenteraad, die om de vier jaar rechtstreeks door de inwoners van de gemeente wordt gekozen. Het aantal raadsleden is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente (minimaal 9 en maximaal 45). De leden van de raad behoren doorgaans tot een politieke partij. Dan kan het gaan om een plaatselijke afdeling van een landelijke partij, maar ook om een lokale partij of groepering. De gemeenteraad stelt de grote lijnen vast voor het beleid van de gemeente en behoort zich niet met allerlei bestuurlijke details bezig te houden. Daarnaast controleert de raad of het college van burgemeester en wethouders zijn bestuurstaken goed uitvoert. Ten slotte treedt de raad op als vertegenwoordiger van de inwoners van de gemeente. De vergaderingen van de raad worden voorgezeten door de burgemeester, maar deze heeft in de raad geen stemrecht.

    Hoofdelike stemming

    Stemming waarbij ieder afzonderlijk zich voor of tegen een voorstel moet uitspreken.

    Kandidatenlijst

    Politieke partijen bepalen grotendeels zelf wie namens de partij in een vertegenwoordigend orgaan terechtkomt. Door het congres of de leden van een partij wordt daartoe een kandidatenlijst opgesteld, meestal op voordracht van het partijbestuur of een commissie. De procedure voor het indienen van kandidatenlijsten bij de verschillende stembureaus is ingewikkeld en niet voor alle partijen of verkiezingen hetzelfde. In de volgorde waarin de kandidaten op de lijst staan, komen ze vervolgens in een vertegenwoordigend orgaan terecht. De enige manier om als laag geplaatste kandidaat toch verkozen te worden is het verzamelen van voldoende voorkeurstemmen.

    Kiesdeler

    Het aantal stemmen dat nodig is voor het behalen van een zetel heet de kiesdeler. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen is dat het aantal geldige stemmen gedeeld door het aantal te verdelen zetels, 150. Bij de verkiezingen van januari 2003 was de kiesdeler 64.363 stemmen (9.654.475 : 150). Bij verkiezingen zijn er vrijwel altijd partijen die de kiesdeler niet halen en dus ook geen zetel krijgen. Zetels worden verdeeld door het aantal stemmen op een partij door de kiesdeler te delen. Omdat daarna een aantal zetels overblijft is er ook een model voor verdeling van zogeheten restzetels.

    Kieswet

    In de Kieswet zijn alle formele en praktische zaken rondom verkiezingen geregeld; van het verzenden van oproepingskaarten tot het tellen van de stemmen. De Kieswet wordt met enige regelmaat gewijzigd.

    Kiezerspas

    Wie niet in de gelegenheid is te stemmen op het stembureau dat op de oproepingskaart staat vermeld, kan bij de gemeente een kiezerspas aanvragen. Met deze kiezerspas kan de kiezer zijn stem in elk stembureau uitbrengen binnen het gebied waarvoor de verkiezing plaatsvindt.

    Motie

    Met een motie van een raadslid de raad een uitspraak ontlokken over een bepaalde aangelegenheid. Met een motie kan de strekking van de besluitvorming worden beïnvloed in een gewenste richting. De procedure van een motie is vergelijkbaar met de procedure van een amendement.

    Motie van wantrouwen

    Uitspraak van een vertegenwoordigend lichaam (op nationaal, provinciaal of gemeentelijk niveau) waarin het vertrouwen in het gevoerde beleid wordt opgezegd. Aanvaarding van een motie van wantrouwen leidt meestal tot het aftreden van het orgaan of de persoon tegen wiens beleid de motie is gericht.

    Partij

    Vereniging van burgers die bepaalde uitgangspunten en opvattingen ten aanzien van de inrichting van de maatschappij delen. De eerste politieke partij was de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), opgericht in 1879, later opgegaan in het CDA. Wettelijk is er niet veel geregeld rond politieke partijen. Wel bepaalt de Kieswet (die overigens spreekt van 'politieke groeperingen') dat een partij een vereniging moet zijn die bij notariële akte is opgericht. De officiële taak van politieke partijen is uitsluitend het stellen van kandidaten voor verkiezingen. In het verlengde daarvan stellen de meeste partijen uiteraard een verkiezingsprogramma op en organiseren ze allerlei activiteiten voor hun leden en in het kader van de verkiezingscampagne. Daartoe zijn partijen dus weliswaar niet verplicht, maar voor het behalen van stemmen is het wel verstandig het te doen.

    Quorum

    Minimum aantal leden dat aanwezig moet zijn om in een vergadering besluiten te kunnen nemen.

    Referendum

    In veel landen bestaat de mogelijkheid om over bepaalde belangrijke onderwerpen een volksraadpleging te houden, een referendum. Nederland kent per 1 januari 2002 ook deze mogelijkheid, en wel op grond van de Tijdelijke Referendumwet. Het gaat dan om een raadgevend, correctief referendum op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Zo'n referendum kan alleen gaan over wetten of besluiten die al door een volksvertegenwoordiging zijn goedgekeurd, om die zodoende te 'corrigeren'. Tot nu toe is er alleen op gemeentelijk niveau van het correctief referendum gebruik gemaakt. Het referendum is pas geldig als 30% van de kiesgerechtigden tegen een wet of besluit heeft gestemd. De uitslag van het referendum is evenwel niet bindend. Er bestaan veel andere soorten referenda, zoals het volksinitiatief, waarbij het onderwerp door de burgers zelf is aangedragen. De referenda zijn een vorm van directe democratie.

    Stukken

    De term die gebruikt wordt om de dossiers te benoemen die bij een bepaald agendapunt van een vergadering horen. Soms worden ze ook onderliggende stukken genoemd.

    Volmachtstem

    Wie op vakantie is of om een andere reden niet in staat is om te stemmen, kan bij volmacht stemmen. Een andere stemgerechtigde kan namens de afwezige kiezer stemmen. Instructies voor het verlenen van een volmacht staan achter op de oproepingskaart.

    Voorkeurstem

    Bij de verkiezingen wordt niet op een partij, maar op een kandidaat gestemd. Veel mensen kiezen eenvoudigweg voor de hoogste op de lijst, de lijsttrekker. Toch geven ook veel mensen de voorkeur aan een lager geplaatste kandidaat en brengen een zogenaamde voorkeurstem uit. Kandidaten die te laag op de lijst staan om automatisch één van de zetels van de partij in de wacht te slepen, kunnen een zetel halen door meer voorkeurstemmen dan de zogeheten voorkeursdrempel te halen.